DNA profiel bouvier

Sinds 1 juni 2014 geldt er in Nederland een verplichte DNA-afstammingscontrole voor rashonden. Dit betekent dat bij alle dekkingen vanaf 1 juni 2014 de verplichting geldt.
Van alle rashondenpups en hun ouders wordt daarvoor DNA afgenomen. Zo is zeker dat de opgegeven ouders ook echt de ouders zijn, maar kan ook veel gerichter gewerkt worden aan het verbeteren van de gezondheid van rashonden in Nederland.  Wij hopen dat u als dekreu-eigenaar buiten Nederland meewerkt aan deze afstammingscontrole.

 

De betekenins van DNA

DNA is de afkorting van Desoxyribo Nucleic Acid (Desoxyribonucleïnezuur). DNA bevindt zich in iedere celkern van alle cellen (behalve de rode bloedcellen) van ieder organisme en draagt in haar chemische structuur de erfelijke eigenschappen van de hond. Wanneer van een aantal DNA-fragmenten de lengte bepaald wordt, is voor het individu waarvan dit uitgevoerd wordt een ‘patroon’ vastgelegd. Dit patroon is identiek voor een bepaald mens, dier of plant, zodat bij twijfel opnieuw dit patroon vastgesteld kan worden om dit te bevestigen. Het DNA-patroon van één dier is in elk deel van het lichaam gelijk. Het maakt voor het vaststellen van een DNA-patroon van een dier niet uit, of het DNA afkomstig is uit haarwortels, swabs, bloed, sperma, of ander weefsel. Doordat grote variatie aanwezig is in het DNA, is er geen enkele kans dat bij twee willekeurige, onverwante, individuen een identieke barcode aanwezig is. Elk individu zal een eigen DNA-volgorde hebben, die op één of meerdere punten van andere dieren zal verschillen. Uitzondering hierop zijn vanzelfsprekend eeneiige tweelingen, die een volledig identiek DNA-patroon hebben. Een groot voordeel is dat wanneer het DNA-profiel eenmaal bekend is, alle nakomelingen van dit dier verder kunnen worden herleid. Als van een dekreu het DNA-profiel eenmaal is vastgesteld, kunnen zij fokkers voor afstammingsonderzoek hier eenvoudig naar verwijzen.

 

Waarom een DNA profiel vastleggen van onze bouvier?
De Raad van Beheer geeft bij de registratie van honden in het Nederlands Hondenstamboek een officïeel document (de stamboom) waarop de afstamming van de bouvier wordt vermeld. De ouderdieren worden door de fokker aan de Raad doorgegeven door het invullen van de dek-en geboorteaangifte. Met de ondertekening van dit formulier, verklaart de fokker de gegevens naar waarheid te hebben ingevuld. Echter, hoe zeker weet men of de nakomelingen werkelijk van de beoogde vader afstammen? Ervaring leert dat de natuur zich niet altijd laat sturen. Een loopse teef trekt nu eenmaal reuen aan, die zodra ze hun kans schoon zien de teef zullen dekken. Als een teef gedurende de loopsheid twee keer wordt gedekt, is het dus niet zeker van welke vaderdier de pups afstammen. Dit komt nu slechts een enkele keer aan het licht, omdat de nakomelingen kenmerken vertonen (bv. vachtkleurpatroon), die de opgegeven reu niet kan overerven. In dat geval is er sprake van twijfel aan de afstamming en wordt de inschrijving van het nest in het NHSB geweigerd. Alleen als de fokker de afstamming aan de hand van DNA-onderzoek laat vaststellen, gaat de Raad van Beheer over tot inschrijving van het nest.Met de huidige DNA-technieken is het nu heel eenvoudig om de juiste afstamming te bepalen. Naast de integriteit van de afstammingsgegevens in de stamboekregistratie, verheldert een juiste afstamming het zicht op de overerving van erfelijke aandoeningen binnen ons ras. Hierdoor kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat een dekreu onterecht voor de fok wordt uitgesloten. Ook bij berekening van zgn. fokwaarden voor de fokdieren kan dit in de toekomst een rol gaan spelen.

 

Het DNA onderzoek bij de Raad van Beheer

De afdeling Gezondheid, Gedrag & Welzijn (GGW) van de Raad van Beheer is in 2008 een pilot gestart met het Dr. Van Haeringen Laboratorium (VHL) te Wageningen om te kijken hoe zij kan bijdragen aan het beter beschikbaar maken van nieuwe DNA-technieken voor de Nederlandse kynologie. Doelstelling hierbij is het DNA-onderzoek efficiënt en tegen redelijke kosten te laten plaatsvinden, zodat een eventuele (financiele) drempel voor fokkers wordt weggenomen en het voor een rasvereniging makkelijker wordt om DNA-onderzoek op te nemen in haar fokbeleid. GGW is gestart met het faciliteren van aanvragen van een DNA-profiel van fokdieren op basis waarvan afstammingsonderzoek kan plaatsvinden

  

Het officiële Raad van Beheer "DNA profile registered" logo hierboven kan door de eigenaar van de onderzochte hond gebruikt worden in de communicatie. Iedere rashondenfokker weet dat met de huidige DNA-technieken de juiste afstamming van een nest eenvoudig is te bepalen.
Afstammingsonderzoek is alleen mogelijk als het DNA-profiel van de ouderdieren bekend is. Dit betekent dus dat wanneer afstammingsonderzoek gevraagd wordt, het DNA-profiel van het fokdier beschikbaar moet zijn. Fokkers die met het oog op deze nieuwe ontwikkelingen het DNA-profiel van hun fokdieren willen laten vastleggen, kunnen dit via de Raad van Beheer aanvragen. De typering van het DNA-profiel vindt plaats bij het dr. Van Haeringen Laboratorium. Dit gebeurt conform de richtlijnen van de  International Society for Animal Genetics (ISAG).

Binnen 3 weken na inzending van een monster krijgt de fokker  het ‘canine identification certificate’ met het DNA-profiel van uw hond thuisgestuurd. Een groot voordeel is dat wanneer het DNA-profiel eenmaal bekend is, alle nakomelingen van dit dier verder kunnen worden herleid. Als van een dekreu het DNA-profiel eenmaal is vastgesteld, kunnen zij fokkers voor afstammingsonderzoek hier eenvoudig naar verwijzen.

 


Het DNA onderzoek uitvoeren

Op de website van de Raad van Beheer kan een DNA Profiel onderzoekset worden besteld.  Deze set bestaat uit instructies voor afname van het DNA materiaal, twee swabs (katoenen "borsteltjes") voor de afname, het inzendformulier en een retour enveloppe voor het opsturen van de set naar het Van Haeringen Laboratorium (VHL).  Het onderzoek moet dus zelf thuis worden gedaan.

Elleboogdysplasie onderzoek bij de bouvier 

Elleboogdysplasie (beter bekent als ED) is een aandoening die regelmatig voorkomt bij de hond. ED onderzoek richt zich op 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht, die echter alle op den duur tot  deformatie van het gewricht en kreupelheid kunnen leiden. Het zijn ontwikkelingsstoornissen van met name het kraakbeen in gewrichten die onder invloed van erfelijke en andere factoren ontstaan. Sommige honden kunnen hiervan op jonge leeftijd reeds ernstige problemen ondervinden. Bij andere zullen pas op latere leeftijd de ernstige misvormingen in het gewricht aanleiding zijn tot kreupelheid. Het onderzoek is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen. Omdat de oorzakelijke redenen per ras kunnen verschillen, zal ook het aantal vereiste röntgenopnamen per ras verschillend kunnen zijn.

Elleboogdysplasie onderzoek 
Alle bouviers die worden ingezet voor de fokkerij waarvan de fokker is aangesloten bij Boe4 zijn verplicht het ED onderzoek te ondergaan.
De leeftijd waarop het onderzoek bij de bouvier gedaan dient te worden is minimaal 18 maanden.

Het beoordelingspanel

Eee van de taken van het ED-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de ellebooggewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde ED-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW heeft gesloten worden gemaakt

Voor de gegevens van een dierenarts in uw omgeving kunt u contact opnemen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663. ED-foto's worden beoordeeld door een panel van drie deskundigen. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de ED-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De beoordeling van ED-foto's heeft tot doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over Elleboogdysplasie in hun fokprogramma willen gebruiken.

Röntgenfoto's
De foto's die bij GGW binnenkomen worden in principe eens in de twee weken beoordeeld. Nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, wordt de uitslag verzonden, tenzij de foto's niet aan de gestelde eisen voldoen. Voor een goede beoordeling van de ellebooggewrichten op artrose zijn twee foto's van de hond van beide ellebogen nodig. Voor een diagnose onderzoek moeten foto's gemaakt worden in vier richtingen. Voor beide onderzoeken moet de hond achttien maanden oud zijn. Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto's heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert met een verzoek om nieuwe röntgenfoto’s te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto's verzonden. Ook de eigenaar krijgt hieromtrent bericht. De dierenarts wordt geacht contact op te nemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van nieuwe ED-foto's. Het beoordelen van deze nieuwe foto's wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

Uitslag van de foto'ss
De uitslag het ED-panel zal haar eindoordeel t.a.v. de elleboogkwaliteit beschrijven als een van de volgende classificaties:

  • Vrij,
  • Grensgeval
  • Graad 1
  • Graad 2
  • Graad 3.

In die gevallen waarin ras- of projectspecifieke bepalingen van toepassing zijn, zal het panel zo mogelijk tevens een uitspraak doen over het achterliggende ziekteproces. De artrose-beoordeling wordt uitgevoerd vlgs de internationale normen bepaald door de "International Elbow Working Group". De definitieve artroseclassificatie zal gelijk zijn aan de artrose-beoordeling van de slechtste van de beide ellebooggewrichten. Bij het ED-onderzoek zal onderscheid worden gemaakt tussen rassen die op grond van internationale publicaties een verhoogd risico lopen. Bij ons ras zijn twee foto's per elleboog voorlopig voldoende.

De beoordeling van de onderdelen

De term "Elleboogdysplasie" wordt gebruikt, wanneer een of meer van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:

  • OCD (Osteochondritis dissecans, loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm)
  • LPC (Los processus coronoïdeus, loslaten van een stukje bot van de ellepijp)
  • LPA (Los proc.anconeus , loslaten van een stuk bot op een andere plaats van de ellepijp)

Incongruentie (een niet goed "passend" gewricht door een te lange of te korte ellepijp ten opzichte van het spaakbeen).

Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot "artrose". Onder artrose wordt verstaan veranderingen van een gewricht (botreactie's) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn (kreupele stappen net na het opstaan), "er doorheen lopen" (dus beter lopen na enige tijd) en een terugval na veel inspanning. Behandeling De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geïndiceerd. Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten (bij OCD, LPA en LPC) uit het gewricht worden verwijderd terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd. Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. Er is niet aangetoond dat er middelen zijn waarmee artrose kan worden verholpen. Wel kunnen door het opleggen van gedragsregels en door het gebruik van pijnstillers de klachten worden verminderd. Het herhalen van ED-onderzoek In het algemeen behoeft de hond dit onderzoek eenmaal in het leven te ondergaan. In sommige gevallen is het gewenst dat het onderzoek 1 jaar later herhaald wordt. Dit kan ook als de eigenaar hier prijs op stelt. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

Elleboogdysplasie en de fokkerij
In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de ellebogen hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen. Rapportage Uitslagen van het ED-onderzoek worden toegestuurd aan rasverenigingen die een overeenkomst met GGW zijn aangegaan. Een consequentie hiervan is dat de uitslagen openbaar moeten zijn, zowel voor de leden van de rasvereniging als voor derden. GGW registreert geen namen van eigenaren en deze worden bij rapportage dan ook niet vermeld. Uw hond en ED Eigenaren van honden waarvan officieel ED-foto's zijn gemaakt vragen de dierenarts die de foto's gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de ellebogen. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts beter is dan de uiteindelijke uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond. Het ED-panel adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de ellebogen. Van honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden in welke mate ze later problemen kunnen krijgen.Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond. Het is wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de ellebogen wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.

De ED-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de ellebogen van de individuele hond. Gegevens over de ED-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle ED-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de ED-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de ellebogen worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met ED-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op ED bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin ED vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van ED-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van ED nog verantwoord is.

De Bouviers  in de fokkerij
Zoals in dit artike staat geschreven ben je als lid van Boe4 verplicht het ED onderzoek plaatst te laten vinden als je de bouvier inzet voor de fokkerij. Om de bouvier te mogen inzetten in de fokkerrij is de minimale combinatie van de ouderdieren ED vrij x ED grensgeval  Bouviers met een beoordeling "Elleboogdysplasie graad II of graad III" mogen niet voor de fok worden ingezet.

Bouviers met een ED beoordeling graad II en graad III mogen niet voor de fokkerij worden ingezet.

Database ED Gezondheiduitslagen

Het onderzoek op erfelijke oogafwijkingen.

Voor leden van Boe4 die een nestje fokken met hun bouvier is het  verplicht een onderzoek op erfelijke oogafwijkingen te laten uitvoeren als de reu en/of teef geboren is na 13 maart 2010 Het oogonderzoek wordt in Nederland op diverse locaties uitgevoerd door een aantal dierenartsen die samen het Nederlandse ECVO Oogpanel vormen. Dit panel is door de European College of Veterinary Ophthalmologists (www.ecvo.org) erkend. De registratie van de uitslagen is in handen van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied.

Indien u het onderzoek laat uitvoeren dient u mee te nemen de stamboom en het registratie/eigendomsbewijs.Als het oogonderzoek is gedaan, neem dan altijd de eerdere uitslag(en) mee.


Hoe verloopt het oogonderzoek?

Om het gehele oog goed te kunnen bekijken worden oogdruppels toegediend waardoor de pupil open gaat staan. De druppels werken na ongeveer 20 minuten, de pupil blijft daarna circa 4 uur wijd. De hond wordt in een verduisterde ruimte bekeken. Voor het onderzoek wordt het "rapport oogonderzoek" ingevuld en ondertekend door de eigenaar/houder, waarmee deze toestemming geeft om de uitslag door te geven aan de Raad van Beheer. De Raad geeft de uitslag door aan de Rasvereniging als er een overeenkomst tussen deze twee partijen is. Ook wordt voor het onderzoek de identificatie (transponder of tatouage) van de hond gecontroleerd.Het oogonderzoek gebeurt zonder enige sedatie ("roesje") en is beslist niet pijnlijk. De uitslag is gelijk bekend en wordt op het "rapport oogonderzoek" vermeld.

Om welke oogafwijkingen gaat het?

Bij het onderzoek wordt gezocht naar alle afwijkingen waarvan een erfelijke basis bekend is. Het "rapport oogonderzoek" vermeldt 17 afwijkingen bij naam. De belangrijkste worden hieronder genoemd:

Membrana Pupillaris Persistens (MPP).
Een aangeboren afwijking waarbij restanten aanwezig zijn van weefsel  dat normaal kort na de geboorte verdwijnt. De afwijking kan in zeer lichte mate voorkomen, zonder enig gevolg voor het gezichtsvermogen. In ernstiger gevallen zijn er wel nadelige gevolgen. Bij een aantal rassen is een bewezen erfelijke afwijking en kan het ook problemen voor het gezichtsvermogen geven. Bij deze rassen wordt de hond eerst zonder pupilverwijding bekeken.

  • Persisterende hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum (PHTVL/PHPV).
    De afwijkingen is vooral bij de Dobermann van belang. Er worden 6 gradaties onderscheiden. Bij deze aangeboren afwijking vertoont de lens pigmentstippeltjes (graad 1) waarvan de hond geen last heeft, of ernstiger afwijkingen (graad 2 t/m 6) waarbij de lens troebel en misvormd is en de hond op jonge leeftijd blind wordt of reeds blind wordt geboren.
  • Cataract (congenitaal).
    Dit is aangeboren grauwe staar. Reeds bij de jonge pup zijn troebelingen in de lens zichtbaar, die het gezichtsvermogen kunnen belemmeren.
  • Retina Dysplasie (RD).
    Dit is een aangeboren netvliesafwijking. Hierbij zijn er plooitjes in het netvlies. Het aantal kan beperkt zijn (focale vorm), maar ook meer uitgebreide vormen komen voor (geografische en totale vorm). In de laatste gevallen is er sprake van beperking van het gezichtsvermogen. De afwijking komt bij erdere rassen voor.
  • Collie Eye Anomalie.
    Dit komt vooral bij de Schotse Herdershond en de Shetland Sheepdog voor. Het is een aangeboren afwijking waarbij het netvlies, het vaatvlies en de oogzenuw betrokken kan zijn. De ernst van de afwijking bepaalt de mate waarin het gezichtsvermogen is aangetast.
  • Ligamentum pectinatum abnormaliteit (Goniodysplasie).
    Een aangeboren afwijking van de afvoer van het kamervocht (het vocht in de ruimte tussen het hoornvlies en de iris). Een deel van de honden met deze afwijking ontwikkelt glaucoom (hoge oogdruk). De afwijking komt bij veel rassen voor. In Nederland is het vooral bij de Bouvier bekend. Onderzoek naar de afwijking vindt plaats met behulp van een gonioscopie-lens, die tijdelijk op het hoornvlies wordt geplaatst. Daardoor kan de plaats waar de afvoer in het oog plaatsvindt worden onderzocht. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving en het is niet pijnlijk voor de hond. Het neemt wel meer tijd en geduld van zowel de hond als de onderzoeker. Het onderzoek naar deze afwijking wordt niet standaard bij het oogonderzoek uitgevoerd, maar is een extra handeling. Bij het maken van een afspraak dient u duidelijk te vermelden dat er gonioscopie moet worden gedaan. Er wordt dan een dubbele afspraak gemaakt. Eerst wordt bij de hond de gonioscopie uitgevoerd. Indien de hond ‘vrij’ wordt bevonden voor dit onderdeel, wordt een pupilverwijdende vloeistof ingedruppeld. Na ongeveer twintig minuten kan de rest van het onderzoek worden gedaan.
  • Entropion.
    Dit is een afwijking waarbij een ooglid (meestal het onderooglid) naar binnen draait. Het komt bij veel rassen voor.
  • Distichiasis/Ectopische Cilie.
  • Dit is abnormale haargroei in de ooglidrand en op andere plaatsen zoals in de bindvliezen. De haartjes kunnen door constante irritatie beschadigingen van het hoornvlies geven. Het komt voor bij meerdere rassen.
  • Cataract (niet-congenitaal).
    Cataract is staar. In de lens zijn troebelingen aanwezig. Het kunnen kleine troebele plekjes zijn die lange tijd stabiel zijn en niet of nauwelijks een vermindering van het gezichtsvermogen geven. Maar ze kunnen ook in ernstige mate voorkomen en/of uitbreiden en daarbij blindheid van het aangetaste oog veroorzaken. Cataract kan aan een oog voorkomen, of beiderzijds. Het komt bij veel rassen voor. Bij veel rassen treedt het al op in de eerste levensjaren, maar het kan ook nog op latere leeftijd optreden. Het onderscheid met het normale verouderingsproces van de lens (de bekende blauwe waas bij oudere honden) is meestal goed te maken.
  • Primaire) Lensluxatie.
    Dit is het loslaten van de lens. Komt vooral voor bij kleine Terri?rs en treedt meestal op rond de 4 jarige leeftijd. Een lensloslating kan een drukverhoging (glaucoom) in het oog veroorzaken en zo tot blindheid leiden.
  • Retinadegeneratie of Progressieve Retina Atrofie (PRA).
  • Dit is een groep van netvliesafwijkingen die bij veel rassen voorkomt en tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Er bestaat geen behandeling voor PRA. PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap. De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan.

Betekenis van de uitslag.

  • "Vrij"
    het dier vertoont geen verschijnselen van de aangegeven, als erfelijk beschouwde oogziekte. Let op, dit betekent niet dat het dier de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. Het kan een drager zijn. Ook is het niet uit te sluiten, dat het dier de afwijking later alsnog kan krijgen.
  • "Niet vrij"
    het dier vertoont de klinische symptomen van de erfelijke oogziekte.
  • "Onbeslist"
    zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van de erfelijke oogziekte; deze zijn echter onvoldoende specifiek.
  • "Onbeslist"
    betekent niet dat de onderzoeker het niet weet! Er zijn wel degelijk afwijkingen van het normale beeld bij de hond aanwezig, maar ze zijn niet duidelijk genoeg aanwezig om de hond "niet vrij" te verklaren.
  • "Voorlopig niet vrij"
    Geringe afwijkingen passend in het klinisch beeld van de als erfelijk beschouwde oogziekte. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Vanaf welke leeftijd moet de bouvier worden onderzocht?

De bouvier moet minimaal 12 maanden oud zijn en de uitslag van het onderzoek mag op het moment van de dekking niet ouder zijn dan 1,5 jaar.
Bij 4 onderzoeken die gedaan zijn met minimale tussenpozen van 1 jaar, of bij een onderzoek wat gedaan is op of na de leeftijd van 72 maanden, blijft de laatste uitslag geldig voor de rest van het leven

Waarom moet er meerdere malen worden onderzocht?

Een aantal afwijkingen (bijvoorbeeld lensluxatie, cataract, PRA) ontstaat pas na enkele jaren. Een eenmalige test is dan niet voldoende, de afwijking kan zich immers nog later openbaren.

Tot welke leeftijd moet de bouvier worden onderzocht?

Tot de leeftijd van 72 maanden of indien er 4 onderzoeken hebben plaats gevonden met een minimale tussenpozen van 1 jaar.

Het ECVO formulier Database ECVO onderzoek uitslagen

Lijst van dierenartsen die als panellid zijn erkend door de afdeling gedrag, gezondheid en welzijn (GGW) van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland te Amsterdam en de European College of Veterinary Opthalmologists en het oogonderzoek volgens het protocol mogen verrichten. Een aantal is tevens erkend als dierenarts, specialist oogheelkunde in Nederland (NL-spec.) of ook als Europees Specialist (Diplomate, Dip. ECVO).


 Adres en Woonplaats

 Naam dierenarts

Medisch Centrum voor Dieren
Isolatorweg 45
1014 AS Amsterdam
Tel.: 020-7400600

www.mcvoordieren.nl

Prof. dr. M.H. Boevé,
NL-spec, dip. ECVO
Mw. dr. C. Görig,
NL-spec, dip. ECVO
Mw. drs. P. Grinninger, dip. ECVO

Diergeneeskundig Centrum Bekenland
Geesterseweg 16
7275 BM Gelselaar
Tel.: 0545-481666

www.bekenland.nl

Prof. dr. M.H. Boevé,
NL-spec, dip. ECVO

WHG dierenziekenhuis Alkmaar
Vondelstaete 500
1814 MH Alkmaar
Tel.: 072-5112133

www.whgdierenartsen.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

De Graafschap Dierenartsen
Schimmeldijk 1
7255 XM Vorden
Tel.: 0575-587888

www.degraafschapdierenartsen.nl

Mw. dr. C. Görig,
NL-spec, dip. ECVO

Dier Medisch Cenrum Kennemerland
Zadelmakersstraat 98
1991 JE Velserbroek
Tel.: 023 5384444

www.dierenartsvelserbroek.nl

Mw. dr. Ch. Görig,
NL-spec, dip. ECVO

Dierenkliniek Zeddam
Vinkwijkseweg 36
7038 EP Zeddam

www.dapdz.nl

Mw. dr. C. Görig,
NL-spec, dip. ECVO

Dierenkliniek Sneek
Lange Veemarktstraat 11
8601 ET Sneek
Tel.: 0515-412 112

www.dierenklinieksneek.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

Dierenkliniek Emmeloord
Espelerlaan 77
8302 DC Emmeloord
Tel.: 0527-613500

www.dierenkliniekemmeloord.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

Dierenkliniek Arts & Dier
Hoofdweg 26 A
7871 TC Klijndijk
Tel.: 0591-513151

www.artsendier.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

Dierenartsenpraktijk Deurze-Smilde-Assen Balkendwarsweg 1 A
9405 PT Assen
Tel 0592-309 903

www.dierenartsassen.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

Dierenartsenpraktijk Hoogeveen
De Weide 2
7908 AB Hoogeveen
Tel 0528-262 530

www.dierenartsenhoogeveen.nl

Drs. J. Gutteling,
NL-spec.

Veterinaire Specialisten
Boxtelsebaan 6
5061 VD Oisterwijk
Tel.: 013-5285900

www.veterinairespecialisten.nl

Drs. A. Heijn,
NL-spec, dip. ECVO

Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal
Ommerweg 54
7447 RG Hellendoorn
Tel.: 0548-655065

www.dierenkliniekhellendoorn.nl

Mw. Drs. R.R.O.M. v.d. Sandt,
NL-spec.

Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren
Yalelaan 108
3584 CM Utrecht
Tel.: 030-2539411

Prof. dr. M.H. Boevé,
NL-spec, dip. ECVO

Mw. Drs. Djajadiningrat-Laanen, NL-spec, dip. ECVO

Dierenhospitaal Visdonk
Visdonkseweg 2a
4707 PE Roosendaal
Tel.: 0165-583750

www.dierenhospitaal-visdonk.nl

Dr. F.C. Stades,
NL-spec, dip. ECVO,

Mw. A.M. Verbruggen,
DVM, NL-spec, dip. ECVO
Mw. drs. P. Grinninger,
dip. ECVO

Veterinair Specialistisch Centrum De Wagenrenk Keijenbergseweg 18
6705 BN Wageningen
Tel.: 0317-419120

www.wagenrenk.com

Dr. F.C. Stades,
NL-spec, dip. ECVO,

Mw. Drs. R.R.O.M. v.d.Sandt,
NL-spec.

Dierenkliniek Den Heuvel
Oirschotseweg 113A
5684 NH Best
Tel.: 0499-374205

www.dierenkliniekdenheuvel.nl

Mw. Drs. K.J.M. Stróbl

Kliniek voor Specialistische Diergeneeskunde Barbarakruid 2
3068 SB Rotterdam
Tel.: 06-10460877

www.ksd-rotterdam.nl

Mw. A.M. Verbruggen,
DVM, NL-spec, dip. ECVO

Mw. drs. P. Grinninger,
dip. ECVO

Dierenarts-Specialisten De Kopaan
van Reeuwijkstraat 34
7731 EH Ommen
Tel.: 0529-452580

www.dekompaan.com

Mw. Drs. R.R.O.M. v.d. Sandt,

NL-spec.

Specialistische Dierenkliniek Utrecht
Middenwetering 19
3543 AR Utrecht
Tel.:  030-2513510

www.s-d-u.nl

Mevr. Drs. I.M.G. Kraijer-Huver, NL-spec, dip. ECVO

Heupdysplasie onderzoek bij de bouvier
Heupdysplasie is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen met behulp van röngenfoto's.
Heupdysplasie onderzoek Boe4 leden
Alle bouviers die worden ingezet voor de fokkerij waarvan de fokker is aangesloten bij Boe4 zijn verplicht het HD onderzoek te ondergaan.
De leeftijd waarop het onderzoek bij de bouvier gedaan dient te worden is minimaal 12 maanden

Het Beoordelingspanel

Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW )is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt. HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstellend wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De beoordeling van Hd-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken. Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen,in de daaropvolgende week,beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

HD Foto's
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts. Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.
Op de foto links zijn met 2 rode pijlen aangegeven waarop de beoordeling van de heupen plaats vind. De bouvier op deze foto werd beoordeeld met HD-

Het rapport van het onderzoek

Nederlandse Normering

Huidige benaming (FCI) Oude benaming
HD A HD -
HD B HD -
HD C HD ±
HD D HD +
HD E HD +

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling. De aanduiding HD A betekend dat de hond röntgenlogisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekend dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn. HD B (=overgangsvorm) betekent dat de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waarvan in het kader van de fokkerij geen direkte betekeniskan worden gevoegd. De aanduiding HD C (licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima form).

De F.C.I beoordeling

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.

 De beoordeling van de onderdelen

Bij de beoordeling van de HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de  aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norberg waarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden" Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norberg-waarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende " of "slechte "aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de  aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "botafwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C ,en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D. De aanduiding "vorm veranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de uitslag.

De HD beoordeling

Alle gegevenssamenbepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

Het HD onderzoek herhalen

Iedere eigenaar van de bouvier kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een Hd-onderzoek laten verrichten. De uitslag,die tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

 De Norgbergwaarde  

Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middel- punten worden verbonden door een lijn. in beide heupgewrichten wordt vanuitdit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.

Uw bouvier en HD

Eigenaren van honden waarvan een officiële HD-foto is gemaakt vragen de dierenarts die de foto gemaakt heeft  nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de heupgewrichten. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts milder is dan de uiteindelijke definitieve uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar vande hond. GGW adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de heupgewrichten . Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen,kan op grond van deze foto niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen. Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent datNietdat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarst bespreken.

De fokkerij en HD (gepubliceerd door de Raad van Beheer) 

De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasvereniging over de uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vastellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord.

De Bouviers  in de fokkerij
Zoals al in de inleiding staat geschreven ben je al lid van Boe4 verplicht het HD onderzoek plaatst te laten vinden. Om de bouvier te mogen inzetten in de fokkerrij is een combinatie van de ouderdieren is HD-A x HD C  toegestaan Een HD-C beoordeling van 1 der ouderdieren is toegestaan, maar dan moet het andere ouderdier welke wordt ingezet een HD-A beoordleing hebben. Een combinatie van HD-B x HD C en HD-C x HD C is dus niet toegestaan.

Bouviers met een HD beoordeling D en E mogen niet voor de fokkerij worden ingezet.

Classificaties van de heup binnen en buitenland  

  FCI Duitsland Nederland Zweden Zwit
Geen tekenen van  heupdysplasie A  A1 Normal (-) Negatief geheel gaaf Utmärkt Frei
A2 (-) Negatief niet geheel gaaf U.A.
Lichte afwijking overgangsvorm B B1 Fast Normal (tc) Transitional Changes I I
B2
Lichte  heupdysplasie C C1 Leichte HD ) Licht positief
C2
Middelmatige heupdysplasie D D1 Mittlere HD (+) Positief II II
D2
Ernstige heupdysplasie E E1 Schwere HD (++) Positief III III
E2 (++) Positief optima forma IV IV

Database GGW uitslagen HD onderzoeken 

Privacy Policy
© 2021 Vereniging Boe4  Cookiebeleid
­